Vruchtboomkanker bij peer

De afgelopen decennia is het herfstseizoen duidelijk warmer en natter geworden. Hierdoor nemen de risico’s op infecties van vruchtboomkanker in de bladvalperiode toe. Niet alleen veel appelrassen, maar ook peren zijn gevoelig voor aantasting.

Tegelijkertijd krimpt het beschikbare middelenpakket, wat de noodzaak vergroot om nieuwe middelen en verbeterde spuittechnieken te ontwikkelen. Deze onderwerpen vormen belangrijke speerpunten binnen het onderzoek op FRC-Randwijk. Daarnaast wordt gewerkt aan het stimuleren en concentreren van de bladval, zodat fungiciden gerichter en effectiever kunnen worden ingezet.

Sinds de winter van 2024/25 wordt ook onderzoek gedaan naar de invloed van snoeiwijzen bij het perenras Conference op de gevoeligheid voor vruchtboomkanker. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de effecten van het structureel verwijderen van alle éénjarige twijgen tijdens de wintersnoei ten opzichte van de traditionele kliksnoei met opgaande productietakken. Ook wordt het langjarige effect onderzocht van het al dan niet consequent verwijderen van aangetaste delen, evenals de impact op het aandeel dode of slecht ontwikkelde bloemknoppen in het voorjaar.

De eerste resultaten zijn beloftevol. Zo blijkt uit onderzoek op FRC-Randwijk dat het concentreren van de bladval bij appel en peer met koperchelaat effectief is: in de herfst van 2025 werd de bladvalduur teruggebracht van gemiddeld 33 naar 17 dagen. Daarnaast liet het eerste proefjaar zien dat snoeimethode en sanitatie kunnen leiden tot een reductie van vruchtboomkanker aantastingen tot wel 50%. Maar welke aanpak blijkt op de langere termijn het meest effectief in de praktijk en wat is de impact op de productie? De komende jaren worden deze proeven voortgezet om daar een duidelijk antwoord op te geven.

spinner